Logo: Vis en Slang

Ons logo is gebaseerd op door C.G. Jung gebeeldhouwde slang die gestikt was in een vis die te groot voor hem was. Daar zit een uitgebreid verhaal met symboliek aan vast. Dat verhaal is hieronder te lezen; eerst alvast enkele bestanden die mogelijk nuttig zijn voor mensen van onze vereniging die het logo nodig hebben.

In 2018 werd een reis naar Zwitserland ondernomen; bij de toren van Jung troffen we het beeld van de slang met de vis aan.

Het bestaande logo was voor de webmaster (Evert) niet geschikt i.v.m. de online schaalbaarheid, en daarom gebruikte hij dit beeld als inspiratie voor een tijdelijk logo; werkelijk een spielerei, bedoeld om later vervangen te worden door iets professionelers.

Het nieuwe logo kwam er in mei 2022. Het was ontworpen door Jelle van der Toorn Vrijthoff en kwam compleet met de afkorting IVAP in creatieve litaguren. De slang is nu nadrukkelijker aanwezig als basis van het symbool voor oneindigheid en kringloop, de lemniscaat, waarin je ook de oeroboros kunt zien.

De voorzitter, Henk Masselink, schrijft bij de introductie van dit nieuwe logo:

Tijdens de A.L.V. op 21.5.2022 werd het nieuwe logo gepresenteerd. Het idee ervoor ontstond in Bollingen bij de toren van C.G. Jung aan de Obersee, waar een door Jung gehouwen monument staat, waarop een vis staat afgebeeld die een vis in zijn bek houdt. Een aangrijpend beeld vol dieper liggende symboliek. Op het eerste gezicht zelfs gruwelijk, want beiden vinden de dood. De vis blijkt te groot te zijn voor de slang en blijft steken in de bek van de slang. Dat vraagt om een dieper liggende betekenis en duiding van dit beeldhouwwerk van Jung. Die vinden we in een anekdote die Jung op 30 april 1958 aan Aniela Jaffé vertelde. Het is gepubliceerd in het nieuwste boek van Aniela Jaffé, Streiflichter, en is hieronder overgenomen. 1)*

Dit nieuwe indringende symbool van onze vereniging, in krachtige en zeer symbolische kleuren uitgevoerd, betekent meer dan een opvallende herkenning. Het is tegelijk een opdracht: zorg voor verbinding, zorg voor contact! Alleen dan kunnen we overleven.

De Slang en de Vis

C.G. Jung, 30 april 1958, aan Aniela Jaffé; uit haar laatste boek 1)

‘In 1936 schreef ik hier in Bollingen gedurende de hele zomer aan mijn werk over die Messe. 2) Dat thema hield mij geweldig bezig. Het grootste gedeelte was reeds geschreven, maar ik was er nog steeds erg door gegrepen. Natuurlijk heb ik destijds ook veel over het symbool van de vis nagedacht. Later is Äion daaruit ontstaan. 3)

In die tijd vond ik hier aan de buitenkant van de muur, aan de achterzijde bij de poel, een één meter lange slang. Ze hing roerloos over een tak en lag met de kop in het water. Ik ontdekte dat ze een vis in de bek had en dacht “Here God, hoe is dat mogelijk, er zitten toch geen vissen in deze poel?” De vis was groter dan de bek van de slang; het was een jonge egli. 4) Hoe kwam die vis op die plaats terecht? Ik stelde het me als volgt voor: de slang was waarschijnlijk naar het meer gekropen, om daar water te drinken. Daarbij heeft ze deze vis gevangen. De egli heeft echter stekels aan de vinnen! Die moet hij als verweer tegen de slang hebben opgericht en in de bek van de slang geramd en haar daardoor hebben gedood. Toen ik beiden vond, was de egli reeds tot ontbinding gekomen, maar de slang nog niet. De vinnen van de vis waren diep in haar kop gedrongen. Op die manier kon zij hem niet doorslikken. Waarschijnlijk heeft ze zich hier urenlang mee afgemat en gepijnigd.

En u denkt nu: de vis, die immers het symbool van de christelijke Liefde is, gaat kapot, omdat hij gegeten wordt door de chtonische zwarte slang. Maar ook de slang gaat te gronde aan de gevangen vis. Beide gaan aan elkaar te gronde, omdat de ene louter de tegenpool is van de ander. Er bestaat geen verbinding. Daarom gaan ze aan elkaar te gronde. Ze zijn zogezegd de onbewuste eerste vormen op animaal niveau van het grote paar der tegenstellingen.

De zwarte slang is een symbool voor Mercurius, zij is het filosofische dier van de alchemie. 5) Als symbool wordt ze vaak als iets verderfelijks, iets kwaads geduid. Zij is een duistere geest. De vis is als symbool ‘uitsluitend goed’. Hij is immers ook het symbool voor Christus en wijst naar het Liefdesmaal. 6). Beide, slang en vis gaan aan elkaar te gronde, aangezien de ene het pure tegendeel van de ander is. Beide vormen een onbewuste tegenstelling, zoals die immers bestaat als de theriomorfe achtergrond van het christendom niet herkend wordt: haar dierlijke, instinctieve natuur. Met andere woorden: als niet herkend wordt dat beiden als twee kanten van het geheel bij elkaar horen.

Aangezien mij destijds zulke gedachten in samenhang met de eucharistie bezig hielden, was de vondst van de beide dieren voor mij als een synchronistische gebeurtenis. 7)

De slang heb ik goed en correct begraven en voor haar een monument geplaatst. Hier – naast de ingangsdeur naar de toren ̶ heb ik haar in steen gehouwen, met de vis in de bek, en heb ik een inscriptie voor haar gemaakt.8)

1) Uitgave Daimon Verlag met uitvoerig historisch commentaar van Elena Fischli over de ontstaansgeschiedenis en achtergronden van de gesprekken. 2) ‘Das Wandlungssymbol in der Messe‘, verscheen voor het eerst in Eranos Jahrbuch 1940/41. GW 11, 1971, blz 219 ff
3) Eerste publicatie 1951 bij Rascher, later in GW 9 II 1976. De inhoud van dit werk is een beschouwing van de ontwikkeling van de 2000 jaar oude christelijke Äon, dat samenvalt met de astrologische wereldtijd van Vissen. 4) Rivierbaars wordt in Zwitserland ook egli genoemd. De ringslang en dobbelsteenslang zijn beschermde dieren aan de oevers van meren in Zwitserland. Ze zijn geen zeldzaamheid en voeden zich hoofdzakelijk met vissen
5) Voor Mercurius en de slang, zie C.G. Jung ‘der Geist Mercurius’. GW 13, 1978 en ook de studies over alchemie GW 12, 1972 en GW 14 I/II, Mysterium Coniunctionis, 1990 6) Met liefdesmaal of Agape wordt het laatste avondmaal bedoeld, dat Jezus aan de vooravond van zijn dood met de discipelen vierde en voor de uitvoering van de herhaling te zijner nagedachtenis wees hij de discipelen aan. Met betrekking tot de vis als symbool voor Christus en in de alchemie bij C.G. Jung, zie GW 9/II 1976
7) In een brief aan Wolfgang Pauli van 13 januari 1951 gaat Jung eveneens op deze vondst in Bollingen in en schrijft: ‘zoals ik namelijk destijds met de psychologie van het ‘Wandlungssymbol in der Messe’, afkomstig uit de alchemie, bezig was, gebeurde het, dat een slang een vis, die te groot voor haar was, probeerde door te slikken. Zij stikte daardoor. Vis is de andere eucharistische spijs, die in dit geval niet door een mens maar door de chthonische geest, de serpens mercurialis, wordt bemachtigt. (Vis=Christus; slang=Christus èn het vrouwelijke principe van de duisternis). Ik was destijds in de positie van een observerende buitenstaander, die slechts de coïncidentie en niet de gemeenschappelijke archetypische basis kon vast stellen, wat betekent dat ik niet begreep waarom de slang overeenkwam met de Messe. Ik ervoer echter de omstandigheid heel intensief als betekenisvolle coïncidentie. Dat betekent als een geenszins belangeloos iets’. In C.A. Meier 1992. 8) Vlg. Jaffé, A. 1977. Afb. 137. S. 142. De Latijnse tekst luidt: Piscis devorati nimis magna causa anguis suffocatus est. Hoc modo ambo simul perierunt in testimonium missam operisque magisterium esse idem et non idem quia mors corum erat cogitationis meae coincidentia ac correspondentia. In huius facti memoriam anno MCMXXXVI posui CGJ.
Vanwege een te grote doorgeslikte vis is de slang gestikt. Op deze wijze gingen beide te gronde, als bewijs dat de Messe en het grote Opus (het alchemistische werk) hetzelfde en tegelijk niet hetzelfde zijn, want hun dood was een met mijn overwegingen overeenstemmende en samenvallende gebeurtenis. Ter herinnering aan deze gebeurtenis plaatste ik (deze steen) in 1936 CGJ’.

Kleuren
Rood: Pantone warm red, C=0, M=100, Y=100, k=0
Groen: Pantone 354c, C=100, M=0, Y=100, K=0

Voor lakken
Rood: RAL 3020, ACC C5.69.34
Groen: RAL 6029, ACC L6.59.33